Bloedverdunners werken niet bij iedereen hetzelfde.
Bij sommige mensen werkt een bloedverdunner minder goed dan verwacht. Bij andere mensen kan hetzelfde middel juist sneller leiden tot bijwerkingen of een hogere kans op bloedingen. Dat verschil kan deels samenhangen met DNA.
Een bekend voorbeeld is clopidogrel. In Europese populaties is ongeveer 2 tot 2,5% poor metabolizer voor CYP2C19 en ongeveer 20 tot 26% intermediate metabolizer. Bij die groepen kan clopidogrel minder goed worden omgezet naar de actieve vorm en daardoor minder goed werken.
Bij andere bloedverdunners, zoals warfarine of acenocoumarol, kan DNA juist invloed hebben op hoe sterk een middel aankomt. Dan gaat het eerder om een verhoogde kans op een te sterk effect of meer bloedingsrisico. Het niFGo DNA paspoort helpt om dat soort vragen beter voorbereid met arts of apotheek te bespreken.
Waarom dit voor veel mensen waardevol is
Omdat extra inzicht helpt om gerichter vragen te stellen over effectiviteit, veiligheid en passende dosering, en met meer vertrouwen naar een afspraak te gaan.
Wat u na bestellen in handen heeft
Een testkit voor thuis en een rapport dat u praktisch kunt gebruiken in het gesprek over uw medicatie.
Wanneer mensen hierop zoeken
Bij vragen over clopidogrel, een bloedverdunner die misschien niet goed genoeg werkt, of zorgen dat een middel juist te sterk aankomt.
Wat het DNA paspoort toevoegt
Een extra laag informatie die het gesprek over keuze, werking, bloedingsrisico en vervolgstappen beter kan onderbouwen.
Waarom dit praktisch is
Omdat het rapport bedoeld is om mee te nemen naar arts, specialist of apotheek, niet om los van hen te gebruiken.
Praktisch bruikbaar in de Nederlandse zorg
In Nederland worden farmacogenetische adviezen al langer verwerkt in apotheeksystemen en richtlijnen. Daardoor kan een uitslag niet alleen informatief zijn, maar ook praktisch gebruikt worden in het overleg over geneesmiddelen.
Een bekend voorbeeld is clopidogrel. De DPWG adviseert bij bepaalde indicaties zoals PCI, TIA of beroerte extra alert te zijn op CYP2C19-varianten, omdat die de omzetting naar de actieve vorm kunnen verminderen. In Europese populaties is ongeveer 2 tot 2,5% poor metabolizer en ongeveer 20 tot 26% intermediate metabolizer voor CYP2C19.
Bronnen en richtlijnen
De uitleg op deze pagina sluit aan op de Nederlandse farmacogenetische praktijk en op richtlijnen rond CYP2C19 en clopidogrel.
Overzicht van DPWG-aanbevelingen voor clopidogrel en CYP2C19
KNMP-richtlijnen en farmacogenetische praktijk
Bestel nu en krijg meer houvast bij uw medicatievragen
Ga direct door naar het niFGo DNA paspoort en ontvang een rapport dat u kunt meenemen in het gesprek met arts of apotheek.
